Komende maand wordt mijn zoon achttien. De meeste ouders zullen verzuchten: wat is de tijd toch snel gegaan, en pas geleden las ik hun mening bevestigd in de boeken van Douwe Draaisma (waarover ik als armoedzaaier pas kan beschikken als ze in de bibliotheek liggen) dat de tijd, naarmate je ouder wordt, sneller lijkt te gaan. De jaren van je kindertijd lijken zich eindeloos op te rekken, maar vooral die ‘productieve’ volwassen tijd, van carrière maken en verantwoordelijkheden hebben, die blijkt voorbij te vliegen zonder dat er van al dat belangrijks zelfs veel herinneringssporen blijven liggen. Mijn eigen ervaring is dat de tijd onmiddellijk weer zo’n vertraging ondergaat als je zelf een kind krijgt. Alsof je hem opnieuw beleeft door de ogen van je kind. Terwijl mijn zoon opgroeide, had ik ook een baan. Ik moest wel, als alleenstaande ouder, al zorgde ik er altijd wel voor zo min mogelijk te werken om zo veel mogelijk te kunnen moederen. Maar van wat ik in die twaalf jaar als redacteur deed, daarvan heb ik weinig herinneringen gemaakt. O ja, denk ik als ik mijn eigen naam opgoogle en nog allerlei artikelen vind die ik in die tijd schreef. Dat deel van mijn leven lijkt inderdaad wel veel korter geduurd te hebben dan het in feite duurde. Het geheugen comprimeert dat hele gedoe waarschijnlijk als ‘veel van het zelfde’.
Had mijn Singer nog naar behoren gewerkt, dan zou ik het vest in een paar dagen klaar gehad hebben; nu heb ik er bijna een maand over gedaan, wat niet erg was, want hij had het toch pas nodig zodra het weer kouder zou worden. De eerste kleren die ik voor hem maakte, waren urgenter: hij werd twee maanden te vroeg geboren, nog voor ik überhaupt een uitzet voor hem klaar had, en alles wat kant-en-klaar in de winkel verkrijgbaar was, was veel te groot. Van langzaam leven was kort na die vroege geboorte geen sprake; ik wilde zo veel mogelijk bij hem op de couveuse-afdeling zijn, en tussendoor moest ik kolven, mijn huis klaarmaken voor zijn komst en zorgen dat hij kleding zou hebben voor als hij thuiskwam. Eén van die setjes heb ik bewaard, ik kocht er zelfs een pop voor zo groot als hij zelf bij zijn geboorte was.
Ik benijd altijd de trots waarmee anderen op internet hun zelfgemaakte producten presenteren. Mij is van kind af aan voorgehouden dat ik nooit ergens trots op mocht zijn, en altijd de aandacht moest vestigen op wat er niet perfect aan was. Toen ik de laatste draad van het vest afhechtte zei ik aarzelend tegen mijn zoon: ‘Misschien mag ik hier best trots op zijn.’ ‘Ja hoor’, antwoordde hij, terwijl hij met de gewone onverschilligheid van de achttienjarige doorging met het downloaden van muziek. Maar toen hij thuiskwam van een middagje in de stad legde hij drie dvd’s bij me neer, de Millenniumtrilogie die ik zo graag nog een keer wilde zien. Ik vat het maar op als ‘bedankt’.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten