dinsdag 23 augustus 2011

Minder is meer

Ik zit te naaien, met de hand, aan een sweatvest voor mijn zoon: mijn naaimachine heeft het na veertig jaar trouwe dienst begeven. Ja, een collega heeft nog wel een oudje staan in haar kelder, die ze, als ze tijd heeft, even zal komen brengen, maar ik zit er niet echt op te wachten. Hoewel ik in die veertig jaar tal van kledingstukken op die Singer genaaid heb, soms heel lastige, met van die moeilijke zakken, kragen of mouwen, merk ik dat gewoon met de hand naaien een plezierig overzicht geeft, de mogelijkheid om snel te herstellen wat ik niet helemaal goed gedaan heb. Achter me, op het buffet, staat sinds gisteren een vijfliterfles vlierbessenwijn te gisten. Overmorgen mag het waterslot erop. Het is voor het eerst dat ik wijn probeer te maken: ik vond het zonde om al die vlierbessen zomaar weg te gooien; je kunt er natuurlijk jam van maken, maar noch mijn zoon, noch ik houden van jam en in de chutneys kom ik zo langzamerhand al om.
Ik surf wat rond op Google om te weten te komen hoe ik het waterslot straks zal moeten plaatsen, en kom op die manier terecht op een aantal sites over ‘langzaam leven’, of, in hippere termen, slow living. Langzaam leven: dat ben ik nu aan het leren, besef ik. Toch herken ik wat er op die sites staat maar ten dele. De hippe ‘slow livers’ hebben zo te zien een vrij bewuste beslissing genomen om zo nu en dan even stil te staan in hun overigens zo hectische bestaan. De minder hippe langzaam-levers zijn veeleer mensen – vooral vrouwen – die willen leven met de natuur.

Van nature ben ik geen langzaam-lever, maar ook geen enthousiaste deelnemer aan de ratrace. Toen ik nog een baan had, werkte ik wel snel. Tempo was mijn ‘unique selling point’, aan weinig had ik zo’n hekel als aan anderen laten wachten en voor mijn dwangmatig overal op tijd of zelfs veel te vroeg zijn muntte ik ooit de term ‘pathologisch punctueel’. Ik zal niet zeggen dat het daardoor is dat ik tenslotte door een burnout en daaraan aansluitend ME/CVS gedwongen werd, een tandje lager te gaan: dat zou veel te kort door de bocht zijn, en kort door de bocht is wel het laatste wat bij langzaam leven past.
Ook in niet-betaald werk heb ik de neiging, alles snel te doen: het woord ‘even’ is me in de mond bestorven, even tussendoor een strijk wegwerken, even dweilen, even een kastje timmeren, even een bezwaarschrift schrijven, even naar de sportschool, even boodschappen doen. Vaak in mijn leven heeft het er veel van weg gehad, dat ik álle dingen ‘even tussen andere dingen door’ deed. Geduld is niet mijn sterkste kant. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten