woensdag 24 augustus 2011

Sow down, you move to fast


Voor een deel wordt het langzame leven me nu afgedwongen. Zoals ik hierboven al zei: op zeker moment kreeg ik een burnout. Dat is nu zo’n zeven jaar geleden. Noem het chronische depressie, noem het ME/CVS, hoe dan ook, het was blijkbaar erg genoeg om ten slotte afgekeurd te worden (ook dat is een procedure geweest die mijn geduld behoorlijk op de proef gesteld heeft). Omdat ik mijn laatste betaalde werk als zzp’er uitvoerde, kwam ik meteen in de bijstand terecht. Anders dan de hippe slow-livers en ook, denk ik, anders dan veel van de terug-naar-de-natuurvrouwen kan ik heel weinig investeren. Niet in zonnepanelen, niet in een abonnement op de krant in plaats van het tv-journaal, niet in (tip op één van de hippe slow-living-sites) in alle rust boodschappen doen bij de buurtwinkels in plaats van bij Bas of Aldi, niet in mooie, natuurlijke materialen om dingen van te maken. Soms dwingt geldgebrek ook tot langzame oplossingen: als de magnetron en de koffiezetter het begeven, blijk je ook best zonder te kunnen leven.  Een auto heb ik al twintig jaar niet meer. Die mis ik alleen als ik echt grote dingen moet vervoeren; een (geleend) fietskarretje biedt negen van de tien keer uitkomst. Slechts een enkele keer moet ik een beroep doen op vrienden die wel een auto bezitten.

Voor een ander deel heb ik, mijn aangeboren ongeduld ten spijt, toch ook altijd genoten van dingen die per definitie langzaam gaan. Als kind al was ik bezig, dingen met mijn handen te maken, met wol en stof, pijpenragers en kurken. Ik ben nog van de generatie die op de basisschool leerde handwerken, en anders dan veel van mijn ‘intellectuele’ generatiegenoten had ik in die lessen veel plezier en ik heb ze altijd even nuttig gevonden als die in rekenen en taal.  Pas op latere leeftijd kreeg het tuinvirus me te pakken en huurde ik een volkstuintje met een ‘onthaastingshutje’ erop. Tuinieren, zeker op een complex dat niet is aangesloten op het energienet, is bij uitstek een activiteit die geduld vraagt – ik aarzel zelfs het een activiteit te noemen, ja, laat ik dat toch maar wel doen, want hoewel de resultaten vaak lang op zich laten wachten, vragen ze wel constante inspanningen. Mijn tuin is een ‘wilde’, romantische tuin, maar wie mocht denken dat een wilde tuin weinig onderhoud vraagt, moet mijn perceeltje maar eens vergelijken met de paar tuinen op een complex die verwilderd zijn.
Zonder stroom moet al het wieden, grasmaaien, graven, heggenknippen, maar ook het boren, zagen en stofferen dat nodig is om het huisje en zijn interieur acceptabel te houden, met de hand gebeuren. Toch kom ik nooit in de verleiding om daarvoor de generator van mijn genereuze tuinbuurman te lenen. De enige stroom die ik mis wanneer ik langere tijd achtereen op mijn tuin doorbreng, is die voor mijn laptop. Ooit, als er weer eens per ongeluk wat geld overschiet, koop ik een accu. En nog ooiter een paar zonnepanelen om hem geladen te houden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten